De geschiedenis van de Puli

De geschiedenis van de Puli in het tijdoverzicht

De eerste vondsten

Geschiedenis van de Puli op een kleitablet
een kleitablet toont een puli

Kleitabletten, waarvan de ouderdom op ongeveer 3500 jaar wordt geschat, tonen reeds een Puli die lijkt op die van vandaag. Oude kleitabletten bleken bijzonder onthullend te zijn. Onder meer de volgende woorden moesten worden ontcijferd: Koj Ly (schapen), Aba Ly (runderen), Ku Mun Dor (Komondor), Kuas Sa (Kuvasz) en PU Li (Puli). De naam Puli komen we voor het eerst in de Hongaarse literatuur tegen in 1751. Emil Raitsits (professor in de diergeneeskunde) beschreef de Puli zeer nauwkeurig in 1920. Hij droeg in belangrijke mate bij aan controle op het fokken van de Hongaarse herdershond en in het bijzonder de Puli. De geschiedenis van de Puli is zeer bewogen.

De herders hadden het belangrijkste aandeel in de instandhouding van het ras in die tijd. Zij gaven een jaarinkomen uit aan een echt goede Puli.   Zijn belangrijkste kwaliteiten in die tijd waren volgzaamheid en het hoeden.

Een Puli die niet aan de hoge eisen van de herders voldeed, werd gedegradeerd tot "hond" en weggedaan. Zo onstond al vroeg het gezegde: "Een Puli is geen hond - het is een Puli!"
Deze strenge selectie droeg eraan bij dat de Puli vandaag de dag nog steeds als een van de beste herdershonden wordt beschouwd.

 

De geschiedenis van het fokken

De georganiseerde fokkerij van het ras begon in het begin van de 20e eeuw, maar het duurde heel lang voordat de herders overtuigd waren van het nut daarvan. Pas toen er voor hen interessante prijzen te winnen waren, zoals laarzen, kleren en andere nuttige dingen, bezochten zij met hun honden de raskeuringen.

Voor de Eerste Wereldoorlog zette Dr. Emil Raitsaits van het Academisch Ziekenhuis voor Diergeneeskunde van Hongarije zich enorm in voor het ras. Hij organiseerde reizen door het hele land om goede Puli's te vinden voor het pas opgerichte Stamboek. Zijn assistent Adolf Lendl richtte in de dierentuin van Boedapest een aparte afdeling voor Hongaarse herdershonden in en leidde onder de fokkersnaam "Allatkerti" (Dierentuin) een fokprogramma. Dr. Raitsaits richtte een vereniging op voor het fokken van Hongaarse herdershonden.

Door de Hongaarse gebiedsverliezen na de eerste wereldoorlog aan Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Rusland en Joegoslavië zijn vele Puli's samen met hun kuddes voor Hongarije verloren gegaan. In 1924 richtte Dr. Raitsaits opnieuw een club op ter bevordering van het fokken van herdershonden. Met steun van de overheid slaagde hij erin de Puli meer bekendheid te geven. Meer en meer vond de herdershond ook zijn weg in stadswoningen.

De rol van de Puli in de geschiedenis

Om de volgzaamheid van de Pulis ook bruikbaar te maken voor de politie, fokte men honden die ongeveer 50 cm groot waren. In 1933 won een Hongaarse Puli de eerste plaats bij een internationale politiehondenwedstrijd en versloeg daarbij Duitse Herders, Boxers en Dobermans.
Om rekening te houden met de ondertussen gegroeide verschillen in grootte van het ras, vaardigde men in 1935 een nieuwe standaard uit. Daarin stonden de maataanduidingen: Grote of Politie Puli (meer dan 50 cm), Middelgrote Puli (40-49 cm), Kleine Puli (30-39 cm) en Speelgoed Puli (minder dan 30 cm).

Deze standaard bracht echter geen verbetering van het ras en hij werd weer snel teruggedraaid.

Tegenslagen in in geschiedenis van de Puli

De tweede wereldoorlog was de moeilijkste tijd voor de Puli fokkerij in Hongarije. De Duitse en later ook de Russische soldaten schoten honderden waakzame Pulis neer die huis en erf wilden verdedigen. Daar kwamen ook nog hongersnood en gebrek aan medicijnen bij, de Puli fokkerij was op sterven na dood.

Mevrouw Ilona Orlay, de vroegere assistente van Dr. Raitsaits, trok met een handkar door het brandende Boedapest, om de documenten van het kantoor van de Hongaarse fokkerij in veiligheid te brengen. Die documenten zouden later zeer waardevol blijken.

Pas in maart 1948 werd met een kleine hondenshow een eerste voorzichtige poging ondernomen om een overzicht te krijgen van de resterende fokhonden.

De Puli fokkerij herstelt zich weer.

Vanaf 1950 ging het weer wat beter met de hondenfokkerij in Hongarije en ook met de Puli, maar tot de Revolutie van 1956 bleven er beperkingen. Daarna konden de honden weer naar andere landen worden geëxporteerd. Dit was niet altijd goed voor het fokken, omdat sommige handelaren het geld boven het belang van het ras stelden. In 1960 werd de langverwachte herformulering van de standaard eindelijk doorgevoerd.

Nu bereikte de Puli in Hongarije weer de verspreiding, die het voor de tweede wereldoorlog had.
Dat de herders tegenwoordig hun Puli's uit de gecontroleerde fokkerij halen is een groot compliment voor hun inspanningen voor het ras. Uiteindelijk zijn het nog steeds de herders die op de kwaliteit letten.

in Duitsland zie je niet vaak een Puli. De fokkers van de Duitse Puli Club moeten vaak lange afstanden afleggen om een geschikte partner voor hun teefjes te vinden. Door de toewijding van onze fokkers worden er goede en gezonde honden gefokt.

This post is also available in: Duits Engels

Comments are closed.